
Historisch onderzoek laat zien hoe Leidse universiteit en stadsbestuur profiteerden van kolonialisme
Met onderwijs en onderzoek droeg de Universiteit Leiden vroeger bij aan kolonialisme en slavernij. Ook bestuurders en inwoners van Leiden hadden een actieve rol in koloniale netwerken. Dat is de uitkomst van twee vooronderzoeken die historici op 3 april presenteerden.
Een jaar lang onderzochten Leidse historici aan de hand van archieven, bronnen en onderzoeken het koloniale en slavernijverleden van de universiteit en de stad. Dat deden ze in opdracht van het college van bestuur van de universiteit en het gemeentebestuur van Leiden. Het onderzoeksteam bestond uit Ligia Giay, Sjoerd Ramackers, Emma Sow en de onderzoeksleiders Alicia Schrikker en Ariadne Schmidt. Tijdens een speciale bijeenkomst in het stadhuis overhandigden zij de vooronderzoeken aan Annetje Ottow, voorzitter van het college van bestuur, en burgemeester Peter Heijkoop.
Vooronderzoek rol universiteit
Het onderzoek beslaat het begin van de Nederlandse koloniale ondernemingen rond 1600 tot de periode van dekolonisatie na 1945. Met tal van concrete voorbeelden schetst historicus Ligia Giay in het rapport over de universiteit hoe bestuurders, wetenschappers en studenten actief waren in koloniale netwerken. De universiteit leidde onder andere theologen, juristen, medici, taalkundigen en ambtenaren op die na hun studie in de koloniën gingen werken. Wetenschappers droegen bij aan kennis over de koloniën, bijvoorbeeld door juridisch onderzoek en studies van talen en culturen om meer vat te krijgen op de inheemse bewoners. Andersom gebruikten wetenschappers kennis uit de koloniën voor hun onderwijs en onderzoek. Ook de rol van medici is onderzocht: sommigen deden onderzoek in de koloniën en voerden experimenten uit, zoals in Nederlands-Guyana.
Leiden werd vanaf de 17e eeuw een opleidingsplaats voor de zonen van koloniale bestuurders
Verstrengeling met koloniale elites
Giay zet daarnaast uiteen hoe de Leidse universiteit sinds haar oprichting in 1575 nauw verbonden was met de politieke en economische elite in Leiden en daarbuiten. Het College van Curatoren, bestaande uit invloedrijke adel en rijke kooplieden, hield toezicht op de universiteit en bepaalde benoemingen en financiële strategieën. Veel van deze bestuurders waren tegelijkertijd actief binnen de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), de West-Indische Compagnie (WIC) en de Sociëteit van Suriname, die koloniale handel en slavernij mogelijk maakten.
Studenten als toekomstige koloniale elite
Leiden werd vanaf de 17e eeuw ook een belangrijke opleidingsplaats voor de zonen van koloniale bestuurders en handelaren. Deze alumni kregen na hun studie vaak belangrijke functies in de koloniën. Vanaf eind 19e eeuw kwamen ook zonen en later dochters van welgestelde Indonesiërs en Surinamers in Leiden studeren. Zij vormden vanaf de eerste helft van de 20 eeuw kritische netwerken in Leiden en begonnen zich te verzetten tegen het koloniale bewind.
Collecties
Het vooronderzoek pleit ook voor meer aandacht voor de herkomst van collectiestukken. Leidse wetenschappers en collectiebeheerders verzamelden objecten, manuscripten, planten en dieren uit de koloniën. Die werden dikwijls gekocht, maar de omstandigheden waaronder zijn niet altijd duidelijk. Medici importeerden menselijke schedels en (delen van) skeletten die in de 19e eeuw gebruikt werden voor de ontwikkeling van theorieën over rassen.
-
Ligia Giay onderzocht de rol van de universiteit in het koloniale en slavernijverleden. -
Annetje Ottow, voorzitter van het college van bestuur. -
Emma Sow en Sjoerd Ramackers.
Relatie slavernij
De universiteit bezat zelf geen slaafgemaakten of aandelen in plantages. Maar de universiteit en haar gemeenschap profiteerden volgens het vooronderzoek wel van de rijkdom die door slavernij en kolonialisme was verdiend. Sommige wetenschappers en studenten lieten (voormalig) slaafgemaakten uit Suriname of Indonesië als bediende werken in Leiden.
Kritiek
Soms werd kennis ook gebruikt als een basis voor kritiek op slavernij en het koloniale systeem, aldus Giay. Maar tot het midden van de 19e eeuw kwam publieke kritiek op slavernij zelden voor in Leiden. In 1816 promoveerde J.T.H. Nedermeyer op een uitgesproken kritisch proefschrift over slavernij. Dit proefschrift was echter een uitzondering: andere Leidse proefschriften over slavernij gingen vooral over de regulering daarvan, aldus Giay.
Meer onderzoek nodig
Het vooronderzoek stelt dat op diverse terreinen meer verdiepend onderzoek nodig is. Dat geldt voor de herkomst van de collecties, het wetenschappelijk onderzoek in de koloniën en de financiële constructies. Hoewel de universiteit nooit direct werd gefinancierd door de VOC en WIC, blijkt dat ze wel baat had bij koloniale fondsen. Sommige legaten en donaties kwamen voort uit koloniale winsten.
De universiteit maakte deel uit van een koloniale samenleving en de vraag is hoeveel ruimte er was om zich anders op te kunnen stellen. Die vraag is achteraf lastig te beantwoorden. Duidelijk is wel dat de universiteit zich niet passief opstelde, aldus Giay, maar bijdroeg aan het koloniale systeem en ervan profiteerde.
Vooronderzoek rol stad
Het andere vooronderzoek van de historici Sjoerd Ramackers en Emma Sow behandelt de rol van de stad Leiden en haar inwoners. Op het eerste gezicht lijkt de Leidse betrokkenheid minder groot in vergelijking met die van havensteden als Rotterdam en Amsterdam. Uit het vooronderzoek komt echter naar voren dat ook veel Leidse stadsbestuurders zich sterk inspanden voor de koloniale belangen van de stad. Ze werkten bijvoorbeeld voor de Amsterdamse Kamers van de VOC en de WIC en fungeerden als contactpersonen voor Leidse investeerders in de koloniën. Sommigen hadden ook private belangen in koloniale handel en slavernij.
Aandeel gewone Leidenaren
Naast de elite kwamen ook ‘gewone’ Leidenaren in aanraking met kolonialisme, slavernij en koloniaal geweld. Zo produceerden arme Leidenaren als werkverschaffing uniformen voor het koloniale leger. De Leidse Kweekschool voor Zeevaart leidde kansarme jongens op voor schepen die naar de koloniën voeren. Ook Leidse soldaten vertrokken naar de koloniën om het Nederlandse bewind met geweld af te dwingen.
Reactie college van bestuur
Het college van bestuur neemt de conclusies van het vooronderzoek zeer serieus, laat collegevoorzitter Annetje Ottow in een eerste reactie weten: ‘Het is goed dat we nu een beter beeld krijgen van de betrokkenheid van de universiteit en de stad bij het koloniale en slavernijverleden. We waren dankzij eerdere onderzoeken al bekend met individuele gevallen, maar nu hebben we echt een overzicht in handen.’
‘Vanzelfsprekend is het confronterend om te zien wat voor rol een deel van onze voorgangers gespeeld heeft in deze pijnlijke geschiedenis’, vervolgt Ottow, ‘maar dit vooronderzoek was hard nodig. Als onderwijs- en onderzoeksinstelling hebben wij een belangrijke rol in het bevorderen van kennis en kritische reflectie op deze geschiedenis. Dat kan alleen als wij dan ook onze eigen betrokkenheid laten onderzoeken. Wij zijn Ligia Giay, Emma Sow en Sjoerd Ramackers in ieder geval ontzettend dankbaar voor hun werk. We gaan het vooronderzoek nu grondig bestuderen en komen op korte termijn met een inhoudelijke reactie. We gaan ook bekijken welke verdere stappen nodig zijn ten aanzien van onze rol in het koloniale en slavernijverleden.’